Bevalling - algemeen

Is het begonnen?

De meeste vrouwen bevallen tussen de 37e en 42e week van hun zwangerschap. Bevallen is niet een activiteit die opeens begint. Het lichaam past zich aan het eind van de zwangerschap aan en geeft kleine seintjes. Vermoeidheid, slecht slapen, vage rugklachten, buikgerommel horen hierbij. Zwangeren kunnen in de laatste weken wat vaker harde buiken ervaren. Soms komt dit met een bepaalde regelmaat waardoor vrouwen zich afvragen: 'Is het nu dan begonnen?' In de meeste gevallen gaat het hier om voorweeën of indalingsweeën. Deze komen vaak in de nacht, houden een paar uur aan en zijn meestal weer verdwenen als het licht wordt. Allemaal klachten die bij de laatste loodjes horen, bij het voorwerk.

De ontsluiting
Bij de meeste vrouwen start de bevalling met weeën maar het startsein kan ook worden gegeven door het breken van de vliezen. In de beginfase kunnen de weeën al regelmatig zijn. De tussentijd varieert van 7 tot 20 minuten en de weeën duren korter dan 1 minuut. Deze weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond zacht en week wordt. Je kunt bij deze weeën het best gewoon de dingen blijven doen die je normaal ook op dat moment doet. De start van de ontsluitingsweeën kan namelijk nog even op zich laten wachten. De ontsluitingsfase is echt gestart wanneer de tussentijd tussen de weeën korter wordt en de wee langer duurt. Deze weeën zijn duidelijk intens en heftiger.

Bij een eerste bevalling duurt de ontsluiting ongeveer 12 uur. Bij de bevalling van een volgend kind verloopt de ontsluiting meestal vlotter. Normale verschijnselen tijdens de ontsluitingsfase zijn: verlies van slijm of een beetje bloedverlies (dit noemen we 'tekenen'), misselijkheid of overgeven (de maag kan niet meer goed zijn werk doen), krampen in benen of kuiten (goed strekken en masseren helpt) en het koud hebben, trillen of bibberen (door inspanning en veranderende hormonen), hierbij kan een warm bad of douche helpen.

De uitdrijving
Als de baarmoedermond (bijna) is ontsloten ontstaat bij veel vrouwen geleidelijk een gevoel van 'moeten persen'. Bij deze persdrang zal de verloskundige kijken hoe ver de ontsluiting is gevorderd, als deze volledig is, de bekende 10 cm , is de uitdrijvingsfase bereikt. Er zijn verschillende houdingen die je kunt aannemen tijdens het persen. Bijvoorbeeld liggend op je zij, half zittend, hurkend, staand of op handen en knieën. Het is van tevoren moeilijk te bedenken wat voor jou prettig zal voelen, vaak is het een kwestie van uitproberen en wijst je verloskundige de weg.

De nageboorte
Als je kind geboren is moet de placenta nog geboren worden. Het loskomen van de placenta gebeurt meestal binnen 1 uur na de geboorte van het kind.